Tijd

Tijd. Het woord dat op ieders lippen ligt bij verandertrajecten. Meestal in combinatie met “geen”. Tijd is eigenlijk alleen meetbaar. Geen tijd betekent dan ook dat er van de 24 uur die er in een dag zitten er voor een taak, een activiteit of een gebeurtenis geen ruimte is. De tijd is op. Alle 24 uur zijn gebruikt.

Tijd is echter voor ons ook een gevoel. Het kan best zo zijn dat er meetbaar wel ruimte is (ik heb nog 30 minuten over) maar dat er andere factoren (plezier, zin, vermoeidheid, angst, weerstand) zijn om deze tijd aan een bepaalde activiteit te besteden. Je kunt dan heel snel een andere activiteit kiezen waar je deze 30 minuten aan besteedt. Je hebt dan geen tijd meer voor de andere activiteit.

Tijd is altijd onderhevig aan keuzes. Als je tijd besteedt aan A heb je geen tijd meer voor B. Alles kost tijd. Dat is zeker het geval als je bezig bent met een verandering (ik noem het een inhaalslag) van je onderwijs. Met als extra uitdaging dat de winkel tijdens de verbouwing gewoon open blijft.

Ofschoon ik zelf niet een persoon ben die de tijd in de gaten houdt vind ik wel dat alles binnen de door de minister bepaalde 1659 uur (dit getal is natuurlijk arbitrair, maar voor nu een gegeven) moet kunnen. Een hobby mag tijd kosten, maar om nu te stellen dat iedere docent onderwijs als zijn hobby heeft gaat wel erg ver.

We weten dat onze leerlingen (pubers) meteen beloond willen worden. De opmerking “Je moet deze opdracht maken omdat dit belangrijk is voor de toets die je over drie weken krijgt.” zal niet veel indruk maken. De opmerking “Je moet deze opdracht maken omdat dit belangrijk is voor het examen over 3 jaar.” nog veel minder. Nee, de leerling wil boter bij de vis. Wat levert het me nu op? Waar doe ik het voor? Vandaar ook onze focus op leerdoelen. Letterlijk het doel van het leren. Het antwoord op de vraag “Waar doe ik het voor?”. Welke opdracht de leerling maakt wordt dan meteen minder belangrijk. Er komt ineens heel veel vrijheid beschikbaar. Hoe de leerling het aanpakt wordt heel persoonlijk. Er is maar een voorwaarde. Het leerdoel moet behaald worden.

Hiervoor moet het doel helder omschreven zijn en moet de leerling steeds weten of hij op de goede weg is. Woorden als coaching, feedback, feed forward, eigenaarschap, loslaten en formatieve evaluaties schieten omhoog. Maar ook zorgen: Wat voor invloed heeft dit op het examen? Is het puberbrein hiertoe wel in staat? En: Waar haal ik de tijd vandaan voor de coaching, het geven van feedback, het maken van formatieve evaluaties en het volgen van de leerling?

Terechte zorgen. Ik heb mijn leerlingen door tijdgebrek tot kerst ook te kort gedaan. Er was wel ruimte voor het maken van de planner en de daarbij horende opdrachten en instructies. De leerlingen wisten dus precies wat er van hen werd verwacht (leerdoelen) en hoe ze deze konden behalen (opdrachten en instructies). In de les had ik alle tijd en aandacht voor hen. Daarbuiten echter niet. Ze kregen hierdoor veel te laat feedback op hun opdrachten en werden ook te weinig gecoacht. De beloning ontbrak. Dit had twee consequenties:

  • Ze gingen hun tijd (want ook zij moeten keuzes maken) steeds minder aan mijn vak besteden en steeds meer aan andere vakken waarbij met sterke deadlines en toets momenten werd gewerkt.
  • Ze vroegen niet (of te laat) om hulp en verloren hierdoor veel (daar is hij weer) tijd.

Gelukkig kan ik nu weer meer tijd aan mijn leerlingen besteden.

De cruciale vraag blijft echter “Hoeveel tijd kosten de activiteiten die ondernomen moeten worden om het onderwijs te upgraden en waar halen we deze tijd vandaan? Het is de hoogste tijd om keuzes te maken.