We moeten spelen

Gelezen: We moeten spelen van Rob Martens (uitgegeven door Stichting NIVOZ)

Rob Martens laat in dit boek zien hoe sterk spel in de mens zit. Hoe het logisch verweven is met onze evolutie. Hoezeer spel ons definieert en laat zien wie we zijn, dat het de brandstof is onder diepgaand leren en creativiteit.

Hij stelt dat intrinsiek gemotiveerd, spelend leren vaak leidt tot het op begrip gerichte deep level learning, het verkennen van onderliggende diepe lagen.

De belangrijkste kenmerken van spel zijn volgens hem:

  1. Het spel is vrijwillig.
  2. Spelen gaat gepaard met plezier, betrokkenheid en inzet.
  3. De speler neemt en houdt zelf het initiatief en blijft spelen zolang het boeiend is.
  4. Spel dient geen duidelijk extern doel.

Een mooi citaat van hem uit het boek is: “Als je mij vraagt om uit te leggen hoe we het spel kunnen gebruiken in het onderwijs, zou mijn tegenvraag eerst zijn: wie heeft eigenlijk bedacht dat we jongeren iets willen leren door datgene uit te schakelen waarmee ze van nature leren?”

Als fan van het Jenaplan onderwijs (met spel als basisvaardigheid) blijf ik in de praktijk (vak Informatica bovenbouw Havo Vwo) hiermee worstelen. Het aanbieden van educatieve spellen (serious gaming) is not done (zie hierboven bij de kenmerken van spel). Martens schrijft echter ook “Kinderen zullen schoolse onderwerpen misschien minder interessant vinden. Om te zorgen dat kinderen speels met complexe onderwerpen aan de slag gaan zul je dus wel je best moeten doen om aantrekkelijke taken in een aantrekkelijke leeromgeving aan te bieden.” Dat geeft mij meer mogelijkheden. Geen spel maar het speels aanbieden. Aangezien hij ook gecharmeerd is door de aan pak van de Agora scholen (uitgaan van de leervraag van de leerling) kan ik hiermee ook (op beperkte schaal) experimenteren. (De school waar ik werk is immers geen Agora school.)

Ik begin het nieuwe schooljaar (met hopelijk geen nieuwe Corona uitbraak) met spel als tool voor de leerlingen om elkaar te leren kennen. (Daarmee zondig ik natuurlijk tegen kenmerk 1 en 4.) In het schooljaar ga ik toch een paar serious games aanbieden (onder ander een waarmee de leerlingen zelf pc’s kunnen samenstellen). Ik laat hen vrij om deze spellen te spelen. (Pfff. Hiermee heb ik ook aan kenmerk 1 voldaan, maar niet aan kenmerk 4.)

Bovendien wil ik ruimte maken voor een “meesterproef”. Hier kunnen de leerlingen zelf hun (aan Informatica gerelateerde) leervraag bepalen en er op een “Agora achtige” manier mee aan de slag gaan. Maar dat kan alleen als alle verplichte domeinen zijn afgerond. Dat dan weer wel.

Oftewel, ik worstel.

Deze worsteling geldt echter niet voor het boek. Heel leesbaar met een mooie duidelijke opbouw. Op de omslag staat “Het boek is een vurig pleidooi om in het onderwijs ruimte en tijd te scheppen voor de verwondering, voor het speelse, voor het onvoorspelbare. Niet om het leren ‘op te leuken’, maar om in volle aandacht en engagement als lerende mens te verschijnen.” Deze twee zinnen dekken de lading helemaal.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.